Wadweek 4-10 augustus 2007

Van Harlingen
naar Delfzijl

Aan boord: Gé, Rianne, Ester, Joost, Rob, Mirjam, Vivienne, Antonin

Zaterdagochtend
Vrijdagavond aan boord gekomen in Herbayum. Bij het wakker worden merk ik dat het waterpeil ´s nachts circa 0,4 m is gezakt door het spuien in Harlingen. Tijdens het ontbijt, bij een toevallige blik naar buiten, blijkt het water gewoon verder te zijn gezakt. We nemen meteen actie maar liggen al nagenoeg vast in de modder en komen alleen met de nodige moeite los. Een rustig ontbijt schiet er bij in.

 Zaterdagmiddag
De boodschappen komen aan boord in Harlingen samen met de resterende bemanningsleden die daar zouden opstappen. Het grootzeil staat al voordat we de haven uit zijn. De wind is NW en het HW bij Harlingen is om 14:30u. We varen door het Kimstergat en over het aansluitende wantij. In de Oostmeep wenden we spoedig de steven naar stuurboord om in een rechte lijn op de Koffiebonenplaat af te varen. Vlak voor aankomst oefenen we verschillende malen de M/VOB-manoeuvre. Het kost ons steeds 5 tot 10 minuten om de reddingsboei weer op te pikken. Dit stelt sommige bemanningsleden gerust. Op de koffiebonenplaat liggen we nagenoeg alleen. De meeste schepen zijn vanwege de gunstige wind direct doorgevaren naar Ameland.

Zondag
Weinig wind ’s ochtends. We komen pas kort na de middag los. Tijd genoeg dus om eerst kokkels te verzamelen. Eenmaal los omzeilen we het wantij via het zeegat om tijd te winnen. In het Borndiep moeten we eerst nog kruisen, maar verderop gaat het alleen nog hoog aan de wind. Voorbij de haven van Ameland schieten we de Zuiderspruit in en vanaf daar in een rechte lijn naar de oostpunt van het eiland. Bij de oostpunt ligt op deze route een vervelende hoge plaat die we weten te omzeilen dankzij de handheld GPS van Rob. Gezwommen, gewandeld en ’s avonds gegeten in de duinen bij aangenaam zomerweer. Bij terugkomst op het schip wordt ons een doos mini-tomaatjes aangeboden door de eigenaar van de verderop drooggevallen Lemsteraak Nettie (een voormalig mijnenjager van de Koninklijke Marine). De tomaten blijken echter afkomstig van zijn voormalig bedrijf waarvoor hij nu min of meer als ambassadeur optreedt. Als dank doneren we hen een deel van onze kokkels.

Maandag
Matige wind uit Z. We willen naar Schiermonnikoog om water in te nemen en boodschappen te doen. Vanaf de oostpunt van Ameland is het dan logisch om via het Smeriggat te varen tussen de Engelsman-plaat en het Rif. Het Smeriggat slibt echter steeds verder dicht. Dit jaar zijn ook de staken niet meer opgenomen op de zeekaart. In principe is men dan veroordeeld tot de route over het Wierumer Wad. Dit betekent een omweg. Bovendien ligt het eerste gedeelte ook nog in de wind deze keer. Omdat de wind al enige dagen matig is, besluiten we om ook hier buitenom te varen via het zeegat en boven het Rif langs. Door het nauwe gat naar buiten vlak voor het Rif staat een flinke stroom naar binnen. Eenmaal buiten houden we een waterdiepte van 2,5 tot 3,5 meter bij het volgen van de noordelijke oever van het Rif. Spoedig varen we weer het Friesche Zeegat in. We steken af via het Gat van Schiermonnikoog naar de haven waar we rond HW aankomen. We leggen alleen even aan om water in te nemen en ankeren vervolgens aan de oostkant van de haven. Bij het droogvallen blijkt dat een nabijgelegen schip ongeveer zijn gehele ankertros heeft uitgegooid (zonder ankerbol). We liggen er net niet op.

Dinsdag
’s Ochtends uitgebreid de tijd gehad om het eiland te bezoeken. In de loop van de middag is het pas HW. En als het dan bijna zover is, wil iedereen tegelijk weg omdat er weinig water staat. Het is namelijk doodtij. Meerdere grote schepen lopen vast in of naast de vaargeul. Samen met de aankomende schepen is het een hectische bedoening. We laveren er maar een beetje tussendoor op de motor. We willen vandaag naar Noordpolderzijl. In de Geul van Brakzand steken we alvast naar het oosten voorzover de waterdiepte dit toelaat. De Groningerbalg is tegenwoordig gemarkeerd met 3 gele tonnen. Het is dan nog gokken waar je precies moet varen maar het scheelt veel tijd ten opzichte van de officiële betonde route. We hebben haast want anders komen we Noordpolderzijl niet meer binnen. Omdat het doodtij is en het alweer laagwater wordt, gaan we deze keer maar niet over de plaat bij het Pieterburen Wad. Een kleine schouw die we zojuist hard voorbij zijn gelopen, doet dat wel. Slingerend via de officiële betonde route komen we net voor hem uit waar hij weer aanpikt op de Zuid Oost Lauwers. Bij Noordpolderzijl kost het voor de wind maar met stroom tegen drie kwartier om alle prikken langs de geul af te varen. Alhoewel ik dacht dat ons bijbootje kort genoeg op het schip vastgebonden was, komt bij het achteruit slaan in de haven toch de tros in de schroef. Dit leidt tot enige paniek aan boord van een klein plastic jacht op de kop van de haven. De schipper van het jacht biedt geen hulp maar komt wel met nutteloze opmerkingen als: “Ik kan hier geen verantwoordelijkheid voor nemen.” en “Ik heb liever dat jullie ergens anders gaan liggen.” We proberen met de bomen zo goed als mogelijk om het schip überhaupt ergens aan de wal te leggen. De schipper van de tweemastklipper in de hoek van de haven is inmiddels ook gealarmeerd. Hij biedt aan om ons schip naast dat van hem te leggen. De dikke tros in de schroef is betrekkelijk eenvoudig te verwijderen nadat we hem hadden doorgesneden. Het voorste gedeelte van de tros was behoorlijk verweerd door continu opspattend buiswater. Dus dat kwam goed uit. Later in de week maakt Ester een keurige oogsplits voor het nieuwe uiteinde.

Woensdag
Druilerige weer en een stevige wind uit N. Het wachten is op HW dat steeds later op de dag komt. ’s Ochtends koffie gedronken in het bekende café Zielhoes achter de dijk. Omdat de weersverwachtingen voor de komende dagen geen verbetering laat zien, laten we ons plan varen om via Borkum of Greetsiel naar Delfzijl te gaan. In plaats daarvan besluiten we om terug te varen naar Lauwersoog en binnendoor te gaan. Om 4 uur in de middag kunnen we pas weer naar buiten. De sluis in Lauwersoog stopt om 7 uur in de avond. Dat wordt krap. De combinatie van wind op de kop, stroom tegen en weinig water leidt ertoe dat we letterlijk de haven uit kruipen op de motor. Het kost al een vol uur om weer op de Zuid Oost Lauwers te komen. Om nog enige kans te maken om op tijd in Lauwersoog te zijn, steken we nu wel recht over de plaat van het Pieterburen Wad. Het mag niet baten. Om 19:30u lopen we pas de vissershaven van Lauwersoog binnen en meren af bij een aantal andere laatkomers. We mogen bij het kleinere schip van de buren aan de binnenzijde liggen als we beloven om niet eerder te vertrekken dan 08:00u.

Donderdag
Kunnen we eindelijk eens vroeg weg, dan maken we daar natuurlijk graag gebruik van. We varen stipt af om 08:00u en kunnen vrijwel direct de sluis in. Daarbij worden we wel uitgekijfd door de schippersvrouw van een trimaran die al een poosje rondjes vaart voor de sluis en blijkbaar vindt dat wij voordringen. Onze vriendelijke buren (HA7) zitten in dezelfde schutting en verliezen kort na de sluis hun gehele kaartenset. We lenen ze onze oude kaart van het Lauwersmeer. Na Zoutkamp liggen we een uur vast in het Reitdiep bij het gemaal De Waterwolf door een defecte ophaalbrug. Op het Reitdiep proberen we uiteraard zoveel mogelijk te zeilen, ook bij het passeren van bruggen. Bij de brug van Garnwerd lukt dit wel heel mooi. We varen voor de wind op de brug af. Door tijdig het grootzeil en later ook de fok weg te doen, zijn we er op het juiste moment om aan te sluiten bij de colonne van schepen die zojuist zijn begonnen door de brug te varen. Voor de zekerheid schreeuwen we naar de laatste boot dat we zonder motor varen. Spontaan wordt er ruimte voor ons gemaakt met een compliment en een bewonderende blik. Verderop moeten we een sliplanding maken aan de wachtsteiger bij de volgende brug omdat de brugwachter-op-afstand niet met ons mee wil spelen. We naderen het einde van het Reitdiep. Waar de andere schepen zonder strijkbare mast het Van Starkenborg-kanaal over moeten steken om de 3 uur durende route door de stad Groningen af te leggen, slaan wij af naar bakboord en bevinden ons ruim een uur later al op het Eemskanaal. We passeren de Jan B. Bronssluis aan het begin van het Damsterdiep en leggen niet veel later aan tegenover het dorpshuis van Garmerwolde voor de nacht. Opvallend verschil met een grote stad als Utrecht is dat iedereen die langsloopt ons even aanspreekt. Groningers blijken een stuk minder stug dan de volksmond altijd beweert.

Vrijdag
Vandaag rest ons voornamelijk nog het afvaren van het Damsterdiep om in Delfzijl te komen. Dat betekent een groot aantal vaste en zelf te bedienen beweegbare bruggen in allerlei soorten en maten. Het is weer eens wat anders als droogvallen en vooral tijdrovend. Bij elke brug moet of de mast worden gestreken of we moeten aanleggen om onze eigen brugwachter aan de wal te zetten, de brug zelf openen, er doorheen varen, de brug weer zelf sluiten en tenslotte weer aanleggen om onze eigen brugwachter op te pikken. Ondanks dat er door de vele begroeiing langs de wal weinig valt te zeilen, hoeven we ons daarom niet te vervelen. Bij de allerlaatste brug in Appingedam varen we helaas nog de laatste overgebleven kunststof stootwil lek tegen de remmingwerken. Als we de zeesluis in het Eemskanaal bij Delfzijl uitkomen merken we dat er buiten nog steeds een harde wind staat. We leggen aan bij de steiger van Rijkswaterstaat, maken schoon schip en dragen alles over aan Bernard. Doel bereikt en de week zit er weer op.

Het eten tijdens de week was uitstekend. De beste rijsttafel ooit gegeten aan boord. En dat ondanks dat de maaltijden regelmatig werden opgeluisterd met gedetailleerde verhalen uit de medische sector en het leven van proefdieren in de onderzoekswereld van enge ziektes. Als schipper heb ik een ontspannen week gehad dankzij een bemanning die weinig uitleg en instructie nodig had om overal veilig te komen en te gaan.

Geef een reactie