Zeilen met Vriendschap

Ervaringen

Veel mensen hebben al met ons gevaren.

Ervaringen en belevenissen

Ruth oefent troswerpen

Sandra

Het weekend was echt heerlijk en fantastisch. En wat een krachten en toch soeplesse met De Vriendschap!

Lotty

Nog bedankt voor een geweldig weekend zeilen! Ik vond echt heel leuk om een keer op de Waddenzee te zeilen. Heel anders zeilen dan ik tot dan toe had gedaan. Het weer heeft daar zeker aan bijgedragen, maar ook de relaxte sfeer aan boord. Voor herhaling vatbaar. Dank.

Jikke

Zeilen op skûtsje Vriendschap is voor mij ontspannen en hard werken tegelijk. Een weekeinde lang genieten, lekker buiten zijn en ondertussen goed leren zeilen. Ik vind het leuk dat tijdens zo'n weekeinde ieder zijn eigen doel nastreeft. Soms is dat lekker luieren op het dek, soms juist het boomrecord verbreken of tien keer op een dag de mast strijken. Iedere keer weer wat anders. 's Zomers zwemmen en wandelen op het wad, 's winters vroeg om het kacheltje met een warme hap. Ik wil ooit wel zelf leren schipperen, maar tot die tijd geniet ik van het samen zeilen op dit mooie scheepje.

Koos

We voeren de vriendschap op een mooie dag over de vecht naar zijn/haar winterrustplaats: we zagen een ijsvogel en een havik en een dodaars om maar wat te noemen, vogels die je vanuit de auto maar zelden ziet...

Vivienne

Waarom gaan zeilen op de Vriendschap? Ik wilde vorig jaar lekker veel zeilen (na 10 jaar) op een platbodem, liefst skûtsje en via internet bij de Vriendschap uitgekomen. De formule: 6 weekenden met een groepje er een paar weekenden op diverse wateren in Nederland er helemaal uit zijn sprak me aan. Enne... dat het een scheepje is waar je het gevoel hebt terug te keren naar de tijd waarin het gebouwd werd. Met wel als grote luxe: een toilet en een houtkachel en soms de motor (hoewel er gelukkig het afgelopen jaar voldoende wind was). Het leren gaat spelenderwijs: er is geen programma of zoiets, dat maakt dat het ook heel ontspannen is. Dat ligt natuurlijk ook aan de schippers die er ook geen gestresste toestand van maken. En dat ook tijdens het bomen. Er wordt fijn weinig op de motor gevaren -> zelfs door de kleine watertjes in Weerribben op het zeil, het was een mooie tocht, leuk! Of op het wad lekker droogvallen. Ik zal het niet vergeten dat we kokkels aten en de zeehondjes rond onze boot hadden zwemmen (op een paar meter afstand), nieuwsgierig op het geluid afkwamen van de lege kokkels die we in de zee teruggooiden. Wat ik wilde is gewoon genieten op het water en dat is volledig uitgekomen (we hadden afgelopen jaar dan ook perfect weer). En daar is het leren bijgekomen: ondertussen gauw heel wat geleerd, stapje voor stapje.

Gerard en Marjolein, geplaatst in "De Bokkepoot"

Omdat we van plan zijn om op een platbodem te gaan wonen en daar veel mee te zeilen, vinden we het belangrijk dat we dat zeilen goed onder de knie krijgen. De afgelopen periode hebben we heel wat mensen gesproken, die ook op een zeilklare platbodem wonen maar daar nauwelijks mee blijken te zeilen. Het ontbreekt ze vaak aan tijd (allebei werken, slechts enkele weken vakantie en van die weken is maar een deel zeilweer) en aan vaardigheid (nooit goed geleerd en/of te weinig gelegenheid om zeilvaardigheid op te doen en/of te behouden). Soms gaf men zelfs ruiterlijk toe, dat men bang was om te gaan zeilen.

Jammer, jammer, jammer. Ten eerste voor die mensen maar niet in de laatste plaats ook voor al die prachtige, zeilklare schepen die je te weinig onder zeil ziet. Wij hebben het voordeel, dat we 365 dagen per jaar ter beschikking hebben en niet gebonden zijn aan een vaste woon-/verblijfplaats. Dus hebben we weinig excuus om niet te kunnen leren zeilen. Aan het eind van het vorig seizoen zijn we een weekend met Cees Dekker en z'n friese dektjalk "Bruinvisch" vanuit Zoutkamp meegeweest. Met een zekere regelmaat gingen we de afgelopen jaren overal en nergens weleens zeilen met een 16-kwadraat o.i.d. maar dat is toch wat anders. Daarom zochten we op internet naar mogelijkheden om, op een (liefst wat grote) platbodem zeillessen te kunnen krijgen.

Het meest in de buurt van onze wensen, kwam een schipperscursus www.schipperscursus.nl op de "Vriendschap", een tjalkje van net geen 15 meter. Voor €75,-- p.p. (excl. voeding) konden we 2 april een proefweekend mee vanaf Muiden.

Helaas (wat was het prachtig weer dat weekend), wegens gebrek aan belangstelling schoof het een week op. Het weekend daarop waren de weersvoorspellingen allesbehalve om vrolijk van te worden. Maar ja, we wilden toch niet alleen mooiweerzeilers worden? We zouden vertrekken vanuit Hinderdam (aan de Vecht z.o. van Weesp) en in twee dagen naar het plaatsje Nederland (boven Blokzijl en zuidelijk van de Weerribben) varen.

De "Vriendschap" zag er van buiten vriendelijk uit maar binnen vonden wij het toch vrij spartaans. Het scheepje bleek van elke isolatie gespeend en hoewel de aanblik van de stalen binnenkant z'n charme heeft, maakten we ons geen illusies in combinatie met de nachtelijke temperatuursvoorspellingen. Er was wel een klein charmant houtkacheltje aan boord en wat dozen met brandhout, hetgeen enige hoop gaf. Na kennismaking met Rob (onze leerschipper) bleek dat de "Vriendschap" eigendom was van drie stellen, die samen met enkele reservisten bij toerbeurt de "Vriendschap" varen. Dit zou het eerste vaarweekend van dit seizoen worden en ook Bernard (mede-eigenaar) en Janneke (volleerde schippers) voeren mee. Wij bleken de enige cursisten, dus aan aandacht zou het ons niet ontbreken. De belangstelling was, in vergelijk met het verzette weekend daarvoor niet gegroeid. De week erop moest er echter in Blokzijl een wedstrijd gevaren worden dus verder uitstel had geen zin.

Na uitleg over het schip, de veiligheidsregels en het aantrekken van zwemvesten werden de trossen losgegooid en onder het genot van een schraal zonnetje werd zeil gehesen (met onze hulp?) en richting Weesp gekruist. Voor de eerste brug van Weesp werden de zeilen gestreken en ging de motor aan waarna we vervolgens diverse bruggen door Weesp passeerden en uiteindelijk het Amsterdam Rijnkanaal opvoeren. Een saai en onaantrekkelijk stuk volgens degenen die het kenden maar wij vonden het een leuke afwisseling. Marjolein aan het helmhout en ik op het voordek waar Bernard mij m'n eerste lus voor een tros leerde splitsen. Wel leuk maar het vergt nog wel enige oefening voor ik dit echt goed onder de knie heb.

Bij het passeren van de Oranjesluizen verdween het zonnetje en werd het langzaam kouder. Een sluimerende griep maakte zich van me meester waardoor de lol er een beetje afging. Toen het wat later ging regenen werd het nog minder vrolijk. Maar ja, wat zei ik ook alweer; zeilen onder ideale omstandigheden kan altijd nog. De zeilen werden weer gehesen en we zetten koers naar Urk met als alternatief Lelystad. Soms was het droog, dan weer passeerden buien met stevig aanwakkerende wind. Afwisselend was het wel. Een stuurtalie ontlastte m'n gebrek aan spierballen en uiteindelijk naderden we de ingang van de haven van Lelystad (de voortgang was te gering om Urk binnen een redelijke tijd te kunnen halen). Met gegeid grootzeil en voor de wind voeren we door de ingang om met een ruime bocht, zonder hulp van de motor, aan te meren. Een leuke ervaring en lof voor de aanwijzingen en bemoedigingen van de schipper(s).

Het kacheltje ging aan en het bibberen (wat) over. De stevige maaltijd die volgde vormde daarvoor ook een belangrijke bijdrage. De volgende dag zouden we vroeg uitvaren omdat we vandaag niet zo ver gekomen waren en het einddoel vast stond. Bernard ging van boord en Edith (ook geen beginneling) kwam. Al vroeg dook ik (met kleren en al) onder een slaapzak vlak naast het kacheltje maar in de loop van de nacht werd ik toch diverse keren wakker van de kou. Tegen de ochtend werd het beter, vooral toen het zonnetje weer begon te schijnen. De trossen gingen weer los en op de motor liepen we keurig de haven uit waarna we spoedig zeil zetten en richting Urk voeren. Al spoedig kregen we een herhaling van het weer van de dag daarvoor; zonnetje weg, kouder en af en toe regen. M'n griep stak de kop weer op en voor het Ketelmeer lag ik onderdeks uren te slapen. Halverwege het Zwarte Meer kwam ik weer bij m'n positieven en ging ik voorzichtig aan weer meedoen. Op naar Vollenhoven en Blokzijl. Heerlijk rustig, geen tot nauwelijks scheepvaart, afwisselend zeilen, op de motor, mast strijken en weer zetten. Kortom, van alles te doen en te ervaren en al doend kregen we er steeds meer vertrouwen in, dat wij het ook konden leren.

Varend door Blokzijl werden we door diverse vroege toeristen op de foto gezet alsof we weet ik veel wie waren en wisten we niet waar we moesten kijken. Na Blokzijl de Roomsloot in. Het water werd steeds smaller (de bruggetjes ook) het zonnetje kwam weer en het werd duidelijk dat we ons einddoel naderden. Uiteindelijk, ons verwonderend dat we niet vastliepen, bereikten we een boerderijtje aan het eind waar we, met wat boomwerk, net konden keren en het schip vastlegden. We waren kapot (en moesten nog naar huis) maar wel heel voldaan. Terug kijkend, hadden we het niet willen missen maar het liever een maand later gedaan.

Eind mei gingen we weer. Deze keer met Bernard als schipper, die ons het nodige zou bijbrengen. Tjonge jonge, wat een verschil (niet de schippers, want die waren allebei prima maar het weer). Heerlijk zonnetje. De eerste dag windkracht 4 tot 5 en de tweede dag 1 tot 3. Deze keer vertrokken we vanaf de Vecht net ten zuiden van Muiden. In Muiden werd water getankt en proviand voor 5 mensen ingeslagen voor deze twee dagen. Het aanleggen en weer wegvaren was direct een prima oefening, om te ervaren hoe het schip op de lijnen en de motor in voor- en achteruit reageert. Zodra we door de sluis waren en het open water bereikten, werden de zeilen gehesen zodat de motor uit kon en we heerlijk van de rust konden genieten. Uit voorzorgsmaatregel was er een rif gezet en dit bleek geen overbodige luxe. Dat een skutsje zo schuin kon gaan, hadden we wel op film gezien, maar om het nu in het echt mee te maken, dat was behoorlijk spannend! Toch liet de schipper met het volste vertrouwen een cursist achter het roer staan en het ging prima. Duidelijk werd, dat varen met zo'n platbodem toch wel heel wat anders is dan met bijvoorbeeld een 16-kwadraat. Even opschieten wanneer het te schuin gaat was er hier niet bij. Nee, dezelfde koers houden en zonodig de fok iets laten schieten. Voor die laatste taak ging de schipper zelf naar de voorplecht. Hij werd kletsnat, maar de taak werd prima volbracht. Door een weloverwogen keuze van koers konden we al snel naar de hoge kant waardoor we minder last hadden van hoge golven.

Tegen het eind van de middag stroopten we de kust van Noord Holland af naar een overnachtingsplekje waar de "Vriendschap" net alleen zou kunnen liggen. Was het nou daar of toch nog iets verder? Ja, hier was het (waar dat was verklappen we natuurlijk niet). Kalmpjes gleden we een ondiepe kreek in, schuurden we over een onverwachte ondiepte en wisten het schip aan het eind, met passen en meten, in de luwte van een dijk af te meren. Met wat springen wisten we ook nog aan land en op de dijk te komen voor een wandelingetje. Wat verderop was een dorp van drie keer niks met een eeuwenoud kerkje en begraafplaatsje. Tegen de schemering deden we de warme maaltijd eer aan en genoten daarna met een drankje van de stilte en honderden spreeuwen die, na een tussenlanding in omringende bomen, ergens tussen het riet, als in een gat in de grond, leken te verdwijnen. Afijn, het was een prachtige zeildag geweest eindigend op een perfect, rustig plekje om te overnachten.

De volgende morgen was er heel wat minder wind maar wel uit de goede hoek om Muiden weer zeilend te kunnen bereiken. De wind nam echter af en na wat gedobber en tegelijkertijd het oefenen van diverse knopen en scheepstermen, besloten we om het bomen te oefenen. Leuk voor de verandering maar echt in tijdnood zaten we niet, dus gingen we uiteindelijk voor anker om te lunchen en te wachten op toenemende wind. Dit bleek een uitstekend plan. Na de lunch werden we overvallen door de behoefte aan een middagdutje, maar nee, dat zat er niet in. Plan maken hoe terug te komen in Muiden, anker op (wel een peuleschil, vergeleken bij een grote tjalk), zeilen hijsen en gaan! Boeien, schepen en obstakels werden nauwlettend in de gaten gehouden. Oh, wat is er veel moois te zien. Na behoorlijk wat uren konden we dan de haven invaren. Met een puntje grootzeil, heel kalmpjes aan, zo ver mogelijk (dat bleek tot vrijwel voor de sluis) met het laatste stukje wel de motor aan, voor het geval dat. Ooit bedacht hoe non-verbale communicatie tussen voor- en achterdek eruit ziet? Ook daar is de nodige aandacht aan besteed. Zonder roepen, schreeuwen (laat staan tieren) werd, met behulp van handgebaren, het schip vlak voor de sluis aangemeerd. Daarna nog een klein stukje en het (zeer leerzame) weekend was weer ten einde. Maar, later in de zomer gaan we nog wel een keer. Want we weten wel (nog steeds) wat we willen; zeilen! En wat we nu ook weten is; dat wij dat kunnen leren. Daarvoor is het nooit te laat en ben je nooit te oud.